Zonne in Turkije.

8 – 22 juli 1998
vlag

Na het succes van de vorige Zonne-reis (Israël) ontstond het idee om nogmaals een reis te organiseren. Hiervoor werd de L.V.D.B. gecontacteerd en deze vereniging schoof als bestemming Turkije naar voor. Begin dit jaar komen Jean-Marie, Jos en Carine hun programma uitvoerig voorstellen. Dia’s worden bekeken, vragen gesteld en beantwoord, er wordt gewikt en gewogen,?

Het werd een prachtige reis waar we niets dan goede herinneringen aan overhouden.
Een verslag van deze reis werd gemaakt door Theo Hendrix.

T1

Brussel – Istanbul - Yalova

Woensdag - Op 8 juli vertrekken 27 personen vanuit Zaventem richting Turkije. Het oorspronkelijk aangekondigde vertrekuur van 12.00 h wordt op het laatste nippertje vervroegd tot 11.00 h. Maar één of andere vergetelheid van de cateringdienst houdt ons vliegtuig nog anderhalf uur aan de grond, zodat we pas rond half één écht vertrekken. Na een vlucht van ongeveer drie uur en een zachte landing (de piloot houdt er letterlijk een applaus aan over) landen we in Istanbul, de Turkse hoofdstad. Visa, douane, bagage, terugzien met Jean-Marie, Jos en Carine en dan de bus in. We maken kennis met onze chauffeur, Murat. Via één van de twee bruggen over de Bosforus rijden we van Europa naar Azië. Tijdens de rit worden we een beetje getransformeerd tot Turken : de jongens en de mannen krijgen van Jos een soort Islamitisch paternostertje, de meisjes en de vrouwen krijgen van Carine een echte Turkse hoofddoek (handig bij moskeebezoek) en een demonstratie hoe die hoofddoek op echte Turkse wijze rond het hoofd geknoopt wordt. En dan maken we voor het eerst kennis met een typisch Turkse gewoonte : het besprenkelen van de handen met enkele druppels (of soms een flinke scheut) Eau-de-Cologne. Tijdens onze reis zullen we nog herhaaldelijk geconfronteerd worden met deze verfrissende gewoonte.
Om een omweg van + 100 km uit te sparen wordt de Golf van Izmit per veerboot overgestoken en na nog een korte busrit bereiken we onze eerste halte : Yalova, waar we intrekken in hotel ‘Fatih’. Het comfort van dit hotel is eerder primitief te noemen. Ons avondmaal gebruiken we op het terras van een wat verderop gelegen restaurant. Alles smaakt prima en we drinken onze eerste Turkse pint. Dan vermoeid van de lange dag ons bed opgezocht.

Bursa

Donderdag gaat het richting Bursa, de vijfde grootste stad van Turkije. In de voormiddag bezoeken we het etnografisch museum, de groene moskee en de praalgraven van een aantal sultans. ’s Middags eten we in een zogenaamde armenkeuken. Na het middagmaal maken we kennis met onze Turkse gids : Ugur. Samen met hem bezoeken we de woning van een lokaal artiest die zich bezighoudt met zowel houtbewerking als met het ontwerpen van boekomslagen. Zijn prachtig ingerichte woning draagt ieders bewondering weg. Onze volgende halte is een zijdefabriek, die sinds een drietal jaren niet meer in werking is. De machines en installaties staan er nog, en samen met de uitleg van Jean-Marie krijgen we toch nog een goed idee hoe natuurzijde tot stand komt.
Vervolgens begeven we ons naar het poppentheater van Bursa, waar we kennis maken met Ugur’s vader, Sinasi, , die hier poppenspeler is. Eerst bekijken we de verzameling poppen en marionetten uit de hele wereld. Dan begint de voorstelling van het Karagöz-theater. Gelukkig hadden we het verhaal van te voren kunnen lezen in onze documentatiemap, want de voorstelling verliep volledig in het Turks. Voor sommigen sloeg de vermoeidheid wel toe, want hier en daar werd er al eens geknikkebold. Na de voorstelling werd ons nog een blik achter de schermen van het poppentheater gegund.
Avondmaal en dan naar ons hotel. Een busrit van ongeveer anderhalf uur langs haarspeldbochten en smalle wegen. Op de koop toe regent het ook nog? maar het is wel de laatste regen die we in Turkije zullen zien !

Vrijdag - De voormiddag wordt door de enen besteed aan het leren van een aantal Turkse volksdansen, anderen maken een wandeling(etje) in de bergachtige omgeving van het hotel. Rond de middag vertrekken we richting Keles, voor de vrijdagse markt. De markt is kleurrijk : kleding, stoffen, groenten en fruit, levende kippen,? (voor wie die liever dood mee naar huis neemt, snijdt de verkoper ter plaatse de kop er wel even af) Voor de Turken zijn wij (de toeristen) dan weer een deel van de attractie : Turkse marktgangers spreken ons spontaan aan om te vragen waar we vandaan komen.
Na ons bezoek aan de markt zoeken we een rustig plekje op om onze picknick te verorberen. Als we ons geïnstalleerd hebben, komen enkele Turkse arbeiders ons spontaan een grote in stukken gesneden watermeloen aanbieden?
Dan brengt de bus ons na een rit door een wondermooi berglandschap naar een klein dorpje van ongeveer 2.500 inwoners. Als de bus in het dorp arriveert, worden we als het ware omspoeld door de plaatselijke jeugd, aanvankelijk nog wat schuchter, maar dat duurt niet lang. Eerst wordt de school bezichtigd, dan een kaasmakerij en een houtzagerij. In één van de huisjes wordt nog op een oud weefgetouw traditionele kleding gemaakt, kortom : Bokrijk op zijn Turks, maar hier nog dagdagelijkse realiteit. Fotograferen is niet altijd even gemakkelijk: oudere vrouwen willen niet op de foto, jongere meisjes willen wel, maar mogen dan weer niet van hun moeder of grootmoeder. Marc krijgt het op die manier zelfs aan de stok met een oude vrouw. Stok is hier wel degelijk letterlijk te nemen. In het dorp bevindt zich ook de winkel van Sinasi, waar een grote keus aan kleren en souvenirs voorradig is. In Turkije worden gasten goed ontvangen, en dus krijgen we hier brood, geitenkaas en ayran. Als we de winkel verlaten en enkelen van ons gebruik maken van een toilet bij een dorpsbewoner, wordt ons thee aangeboden. Al vlug staat iedereen aan een glaasje thee te nippen. Margriet heeft intussen kennis gemaakt met een tiener die slechts enkele woorden Engels spreekt; de verstandhouding is er niet minder om; er worden zelfs adressen uitgewisseld !
Dan gaat het terug richting Keles, voor het avondmaal in een onvervalst Turks restaurant. Een toilet is er niet, maar wie echt moet, wordt onder escorte tot aan de moskee gebracht. Als Irene terugkomt, heeft ze een kistje kersen bij; overschot van de ochtendmarkt !

Zaterdag : weer keuze tussen het aanleren van Turkse volksdansen of wandelen. Ergens in de verte, hoog tegen een bergflank wordt een plekje sneeuw opgemerkt. ‘Tot daar gaan we !’, roepen de moedigsten. En het moet gezegd worden : Johan is er als enigste bij geraakt. Picknick in de tuin van het hotel en dan richting Bursa voor een bezoek aan de grote moskee en de grote bazaar. Ook de winkeltjes waarin nog oude ambachten worden uitgeoefend krijgen onze aandacht; we zien onder andere aan het werk : een kalligraaf, een zadelmaker, een koperbewerker, een smid,? Omdat Bursa op de oude zijderoute ligt, is er in de stad nog steeds een zijdemarkt. En vooraleer de begeerde zachte kledingstukken van eigenaar verwisselen, bieden we als ‘echten’ duchtig af !
Dan gaat het richting park waar we eerst eten en dan het eerste deel van het folklorefestival bijwonen. Er treden groepen op uit Spanje, Polen, Italië, Mexico,? schitterende optredens van hoge kwaliteit.

Zondag - onze laatste dag in Bursa: net zoals de vorige dagen, de keuze tussen volksdansen of niet. De niet-volksdansers gaan met de kabelbaan naar Bursa voor vrije bezichtiging. In de loop van de namiddag komen de anderen met de bus naar de stad. Dan gaat het gezamenlijk naar het Turks bad, ook haman genoemd. Baden (en vooral zweten) in heet thermaal water. Enkelen wagen zich zelfs aan een massage. Als later de ervaringen worden uitgewisseld, blijkt dat de inrichting voor de mannen beduidend luxueuzer is dan voor de vrouwen. Het woord ‘discriminatie’ valt zelfs. Fris gewassen kunnen we aan tafel voor het avondeten, waarna het tweede deel van het folklorefestival ons wacht. En wat we niet voor mogelijk hielden gebeurt toch: de optredens zijn nog beter als de vorige dag. De sfeer is fantastisch: lokale Turkse groepen die optreden buiten competitie, worden enthousiast toegejuicht en aangemoedigd. Met hun spectaculair optreden worden de Tsjetsjenen de onbetwiste winnaars van het festival.

Bursa - Ayvalik
Maandag – De bus in voor wat de langste verplaatsing van onze reis moet worden (465 km), gelukkig onderbroken door enkele stops:
bezoek aan het natuurpark Kus Cenneti: een dubbel bezoek, eerst aan het museum met opgezette vogels, dan de echte vogels aan de andere kant van het meer. Verrekijkers en telelenzen worden in aanslag gehouden, reigers, ooievaars en zelfs pelikanen laten zich bewonderen.
Ergens langs de weg heeft een tapijthandelaar zijn waar uitgestald. Er wordt gekeurd en bewonderd, geld gewisseld, afgeboden en gekocht? tot tevredenheid van zowel koper als verkoper liggen nu een zevental Turkse tapijten ergens in Vlaamse huiskamers te pronken.
Tahtakuslar Köyü, dorpsmuseum van de Türkmen-cultuur. Een op het eerste gezicht bescheiden museum. Maar binnenin bevindt zich een o.a. een echte yoert, een zeldzame vilten nomadentent, ook de tentoongestelde klederdrachten zijn de moeite waard. De Unesco-prijs voor dit museum is dan ook terecht.

Ayvalik - Bergama

Dinsdag – Ayvalik ligt aan de Egeïsche Zee. De voormiddag wordt dan ook besteed aan strandgenoegens. ‘s Middags gaat het richting Bergama (of Pergamon) waar we eerst de Rode Hal bezoeken, een indrukwekkend gebouw daterend uit de tweede eeuw en gebouwd in opdracht van de Romeinse keizer Hadrianus. Dan gaat het bergop naar de akropolis, een complex van gebouwen (ruïnes) met o.a. tempels en paleizen, een theater en een bibliotheek. Bij de tempel van Trajanus staat ook het standbeeld van Hadrianus, echter zonder kop, wat Jos tot een restauratiepoging verleidde. Achter de tempel dalen we af naar het theater daterend uit de tweede eeuw voor Christus. Het theater is zo steil gebouwd dat het een slechte plaats is voor mensen met hoogtevrees. Te voet dalen we verder af richting Bergama waar onze trouwe Murat ons met de bus oppikt. Want Bergama heeft nog meer interessants te bieden : het Asculeipion, een kuuroord avant-la-lettre. Hier werd gewerkt met droomanalyse en suggestie. In de voorhof zien we een zuiltje met een slangenrelief, nog steeds het symbool van de geneeskunde.

Woensdag – Voor wie niet genoeg kan krijgen van het strand en de zee staat de voormiddag ter beschikking. Wie andere interesses heeft, bezoekt samen met Jean-Marie het stadje Ayvalik. De kuststreek van de Egeïsche Zee werd tot het begin van deze eeuw bewoond door Grieken. In Ayvalik zijn hier nog talloze sporen van terug te vinden : een tot moskee omgebouwde Grieks-orthodokse kerk, huizen in Griekse stijl, enz. Middagmaal in Ayvalik op een terras met uitzicht op de blauwe Egeïsche Zee?heerlijk !
In de buurt van Ayvalik genieten we nog van het uitzichtpunt met de ongewone naam ‘tafel van de duivel.’ Het uitzicht en de omgeving zijn zo mooi dat links en rechts de opmerking klinkt : ‘Als dit de tafel van de duivel is, dan hoeft de hemel niet voor mij!’
We verlaten Ayvalik en rijden richting Salihli, met een tussenstop in Manisa voor een bezoek aan het archeologisch museum en de moskee. Als we bij het archeologisch museum aankomen is het echter net sluitingsuur, maar men is zo vriendelijk een half uurtje langer open te houden ! Gelukkig, want de collectie bevat onder meer indrukwekkende Romeinse mozaïeken. Zo vriendelijk als de suppoosten van het museum zijn, zo onvriendelijk reageert de bewaker van de moskee : als hij ons ziet aankomen doet hij vlug de moskee op slot ! Het is duidelijk dat hij een fikse fooi verwacht alvorens de sleutel terug boven te halen. Overredende taal van Jean-Marie brengt echter soelaas en toegang tot de moskee.
Overnachting in Salihli.

Salihli – Afyon

Donderdag – Even buiten Salihli ligt de ruïne van de Hellinistische tempel van Artemis. Een werkelijk indrukwekkend bouwwerk, zowel naar afmeting als naar staat van bewaring. Ook het nabijgelegen Romeins gymnasium en de synagoge zijn de moeite waard.
Op onze weg naar Afyon houden we nog halt in Kula. In dit dorp bevindt zich het geboortehuis van een vroegere premier van Turkije. Het huis is tot een museum omgebouwd en ingericht in typisch Turkse stijl, begin 20e eeuw. Maar Kula is vooral bekend om zijn talrijke Griekse huizen. Achter een vervallen poort ontdekken we zelfs nog de overblijfselen van een Griekse kerk. Spijtig genoeg wordt aan onderhoud niet al te veel aandacht besteed, integendeel?
Als we na onze wandeling terug bij de bus komen, meldt Murat ons dat hij een goede eetgelegenheid ontdekt heeft. Inderdaad : in een typisch Turks eethuis staan enkele wankele tafels uitnodigend gedekt met bonte tafellakens. Maar als we onze picknick op de tafels willen uitstallen, worden er vlug enkele oude kranten op de tafellakens gelegd !
Na het middagmaal verder naar Afyon, met nog een tussenstop in een Turks neefje van het Wijnegem-shopping-center.


Afyon

Vrijdag – Na het ontbijt gaat het richting Ayazin, een dorp op 40 km van Afyon dat sterk doet denken aan Kappadocië. Tientallen woningen, maar ook graven en zelfs een hele kerk zijn hier in de zachte tufsteen uitgehouwen. Na overal op- en ingekropen te zijn, bezoeken we het dorp zelf. Net als bij een vorig dorpsbezoek, worden we ook hier enthousiast ontvangen. Een trotse Turkse patriarch showt zelfs zijn ganse gezin vanop het balkon van zijn huis. We worden binnengeroepen bij de mensen, er wordt thee gedronken, Chris krijgt zelfs een heel brood aangeboden, symbool van gastvrijheid. Onverharde en navenant stoffige straten, loslopende kippen, door ezels getrokken karren, was die gedaan wordt op een steen,? beelden die bij ons al lang tot het verleden behoren. En toch is dit geen arm dorp : op bijna elk dak prijkt een televisie-antenne, er is een wekelijkse markt?
Na uitgebreid afscheid genomen te hebben van de plaatselijke jeugd, rijden we terug in de richting van Afyon. Onze picknick in een klein dorp wordt afgesloten met een ritje met de ezelskar. Merkwaardig is dat vooral de jongste leden en het oudste lid van onze groep het meest genoten hebben van dit ritje! Onderweg houden we halt bij een thermaal centrum waar we kunnen genieten van het weldoende warme water. Het thermaal centrum bestaat echter als het ware uit twee delen : een chic gedeelte? dat we voorbijrijden (te duur, alleen voor rijke Arabieren) en een ‘iets minder chic’ gedeelte (voor Turken en Zonnetjes.) Een blik op de installaties van het thermaal zwembad doet een aantal leden van de groep toch wel terugdeinzen en vragen stellen over elementaire hygiëne. In de plaats van thermaal zwembad, wordt er gewag gemaakt van een ‘terminaal’ zwembad. De moedigsten wagen het om toch te gaan zwemmen, en ze hebben het allemaal overleefd, dus? De niet-zwemmers zoeken ergens een rustig plekje om iets te drinken. Een al te ijverige Turk die met zijn collectie muziekcassettes wil uitpakken, wordt door Margriet prompt ‘bij zijne collée’ gepakt en krijgt ongevraagd zijn eerste danslessen !
Terug in Afyon bezoeken we nog de oude handelswijk met zijn traditionele ambachten (o.a. het maken van vilt). Afspraak wordt gemaakt aan de Ulu Cami, een moskee met een houten interieur. In de buurt van de moskee vertrekt ook de wandelweg naar de burcht van Afyon, gelegen op een rots, 220 m boven de stad. Wandelweg is zacht uitgedrukt; klauterweg omschrijft het traject heel wat beter. Gelukkig is het al wat later op de middag, zodat het iets minder warm is, maar toch? Wie zich de moeite getroost om tot bij de burchtruïne te klimmen, (proficiat, Maria Peeters !), wordt beloond met een schitterend uitzicht dat kilometers ver reikt.
Voorzichtig terug naar beneden en dan een echte verrassing : de niet-klimmers die bij de moskee wachten, worden traditioneel omzwermd door Turkse kinderen. Eerst wordt geprobeerd om met mekaar te communiceren in het Nederlands, het Turks of het Engels. Als dat niet erg succesvol is wordt er naar een internationale taal gegrepen : de volksdans. Gerdje en Maria (Putzeys) nemen het initiatief en in een mum van tijd zijn Vlaamse en Turkse kinderen verenigd in een reidans. Echt een moment van verbroedering en een mooie afsluiting van ons bezoek aan Afyon.


Afyon – Adapazarri

Zaterdag – Deze dag wordt besteed aan de rit van 330 km tussen deze twee steden. Een eerste stop wordt gehouden in Kütahya, centrum van faience en aardewerk. Wie nog op zoek is naar souvenirs of alleen maar geïnteresseerd is in het mooie aardewerk, gaat mee met Jean-Marie om de winkels af te schuimen. De anderen worden door Ugur op sleeptouw genomen voor een kort stadsbezoek waarbij de (onvermijdelijke) moskee en o.a. een typisch Ottomaans huis bezocht worden dat in de 19e eeuw nog een tijdje bewoond werd door de Hongaarse balling Kossuth. Een mooi ingericht en interessant huis. Rond de middag komt de groep terug bij elkaar. Hier en daar duiken de typische felbegeerde ‘turkentassen’ op om alle gekochte souvenirs te kunnen transporteren.
Na de picknick verder naar Bilecik, waar we een bezoek brengen aan de moskee van Orhan en de Edebali Zaviyesi, een schitterend gelegen Turks bedevaartoord. ‘s Avonds nemen we onze intrek in ons hotel in Adapazarri.


Istanbul

Zondag – Vooraleer echt de weg naar Istanbul aan te vangen bekijken we in de buurt van Adapazarri nog de Justinianusbrug, het grootste Byzantijnse bouwwerk van Bithynië. De brug stamt uit de 6e eeuw en is werkelijk zeer goed bewaard, zodat we een goed idee krijgen van het niveau van de bouwkunst van die tijd.
Verder richting Istanbul. Voor we stad binnenrijden loodst Murat ons naar een uitzichtpunt dat een breed panorama biedt op de stad en de Bosforus en zijn bruggen. De eerste kennismaking met de rijkdom van Istanbul is een bezoek aan het Paleis van Beylerbeyi, prachtig gelegen aan de boorden van de Bosforus. Alvorens het Paleis in te mogen, worden onze schoenen ingepakt in een soort plastic zakken, kwestie van de tapijten en het parket niet te veel te belasten. Het interieur van het Paleis is overweldigend, de ene ruimte is al rijkelijker versierd dan de andere. Toch is het een evenwichtig geheel dat in zijn totaliteit niet overladen aandoet.
Over één van de bruggen rijden we terug Europa binnen en zoeken ons hotel op. Middageten en bezoek aan de Aya Sofya. Eerst Byzantijnse kerk, dan moskee, nu museum. Een deel van de 56 m hoge koepel staat in de stellingen, maar dat doet absoluut geen afbreuk aan de pracht van dit monument dat misschien wel het bekendste van Istanbul is. Vlak naast de Aya Sofya ligt de Blauwe Moskee of de Sultanahmetmoskee. Dit is de huidige hoofdmoskee van Istanbul en de enige met zes minaretten. Het is het interieur waaraan de Moskee zijn naam dankt. Blauwe tegels, aangebracht op zuilen en muren, weerkaatsen het licht dat door de gekleurde ramen binnenvalt en creëren zo een gedempt licht en een serene sfeer.
Nog een wandeling langs de hippodroom met zijn 25 m hoge Egyptische obelisk. Opdringerige verkopertjes proberen voortdurend onze aandacht te trekken om ons ervan te overtuigen boeken, prentkaarten of andere prullaria te kopen.
Museumbezoek maakt hongerig en dus op naar het avondeten. De entourage van het restaurant is niet erg veelbelovend : vuilnis, zwerfkatten,? Wat op het bord komt is echter best lekker maar opmerkingen over de dubieuze ingrediënten van een bord kippensoep brengen Sabine tot in de keuken waar zij zelf mag kiezen wat ze wil eten.

Maandag – In Istanbul woont nog een Grieks-orthodoxe minderheid die uiteraard haar eigen kerken heeft. En het is Murat die weet waar we zelfs een heel Grieks-orthodox klooster kunnen bezoeken. (Toevallig of niet, maar de weg er naar toe brengt Murat voorbij het appartement waar zijn vrouwtje en hun drie weken oude dochtertje wonen. Zijn getoeter gaat echter verloren tussen tientallen andere klaxonstoten.) Het klooster is een heus bedevaartsoord met zelfs een heilige bron. Het interieur van de kloosterkerk is uitbundig versierd en blinkt van het goud.
De mooiste Byzantijnse mozaïeken en fresco’s van Turkije bevinden zich in het Kahriye-museum dat dan op ons programma staat.
De namiddag wordt besteed aan een bezoek aan het Topkapi-paleis, een gebouwencomplex daterend uit de 15e eeuw dat tot in 1855 de residentie van de sultans was. Nu is het een museum met een onvoorstelbare rijke collectie. Het Topkapi bevat o.a. de grootste verzameling Chinees porselein buiten China (met dank aan Sabine voor de rondleiding). De schatkamers van het Topkapi-paleis puilen uit van de kostbaarheden : tronen ingelegd met edelstenen en ivoor, zwaarden, pistolen, maliënkolders,? en niet te vergeten de beroemde met smaragden ingelegde dolk. In een apart paviljoen zijn een aantal relikwieën van Mohammed tentoongesteld : enkele haren van zijn baard, zijn voetafdruk, een door hem geschreven brief, zijn boog en zijn mantel. In een hoekje van het paviljoen worden voortdurend religieuze liederen gezongen, wat een speciale sfeer creëert.
Tot de verbeelding spreekt uiteraard een bezoek aan de harem van de sultan. Eén van de leden van de groep maakt het vaste voornemen in de harem eens goed rond te kijken en dan zijn keuze te maken! Gelukkig (voor I.) blijft alles bij het oude.
Avondeten op het dakterras van een chic hotel. In de lounge van het hotel vindt Marc W. eindelijk de zo lang verwachte krant met de sportuitslagen. Spijtig genoeg is de enige koers waarover verslag wordt uitgebracht de kamelenkoers in Djedda. Topkapi, Aya Sofia, de Blauwe Moskee? het ligt allemaal vlak bij en vormt een prachtig decor. Na het eten heeft Jean-Marie voor ons een muzikale avond in petto : een optreden van een ensemble dat zich specialiseert in Turkse etnische muziek. De muren van de ruimte waar het optreden plaats vindt, zijn behangen zijn met zo’n 200 verschillende muziekinstrumenten. Ondanks die ruime keuze wordt er zelfs muziek gemaakt met een teil water en twee schalen. Op het einde van het optreden zijn we niet weinig verbaasd als we worden toegesproken in onze eigen taal (of toch bijna). Eén van de leden van het ensemble is een Nederlandse muziektherapeute die stage loopt in Istanbul.

Dinsdag – Bezichtiging van de (gedeeltelijk gerestaureerde) stadsmuren. Jean-Marie maakt van de gelegenheid gebruik om onze geschiedkundige kennis van de kruistochten wat bij te spijkeren. Dan is er plaats voor eigen initiatief en vrij bezoek van Istanbul. Wie wil kan een boottochtje maken op de Bosforus en doen wat nergens anders te wereld mogelijk is: iets gaan drinken in een ander werelddeel. Een bezoek aan een luxueuze winkelwijk is ook mogelijk. De te koop aangeboden kostuums worden zelfs goed genoeg bevonden voor een zilveren huwelijksfeest. Ook de namiddag is vrij en wordt besteed aan een museumbezoek, wat rondwandelen of het uitzoeken van de laatste souvenirs.
‘s Avonds wonen we nog het volksdansfestival van Istanbul bij. Net als in Bursa is het enthousiasme van de Turken niet te stelpen. Er worden papieren Turkse vlaggetjes uitgedeeld aan het publiek. Ook de Zonne-leden vlaggen duchtig mee. (Vlamingen die op 21 juli met een Turkse vlag staan te zwaaien, het moet kunnen.) Weer zijn het de Tsjetsjenen die met hun spectaculair optreden de eerste prijs wegkapen.
Een kort tramritje naar het hotel, koffers pakken en onze laatste nacht in Turkije.

Woensdag – Vroeg opstaan om tijdig op de luchthaven te zijn. Als we in Brussel aankomen, schijnt er een flauw zonnetje. We krijgen prompt een beetje heimwee? naar Turkije.


Kort Turks lexicon


Eten en drinken
Afwisseling troef: van een eenvoudige picknick (boterham met choco) tot 4-gangen diner (Istanbul) Voor wie houdt van tussendoortjes is er bij diverse straatventers altijd wel wat eetbaars te krijgen: broodjes, gekookte maïskolven, fruit,?
Lekker en verfrissend is ayran, een drankje gemaakt van yoghurt, water en zout.
Het eten van zonnebloempitten wordt ons aangeleerd door de moeder van Ugur; pitje tussen de tanden houden, splijten, het binnenste opeten en het omhulsel uitspuwen. Ondanks herhaalde pogingen brengen we er niets van terecht.
Leidingwater is niet altijd even betrouwbaar, grote dorst wordt dus best bestreden met een frisse pint. Het Turkse bier is zo goed dat Irene in Turkije bier heeft leren drinken.
Wie niet goed oplet met wat hij eet of drinkt, krijgt last van een ‘bruin fabriekje’ (dixit Jean-Marie) Dergelijke onaangenaamheden zijn in onze groep gelukkig tot een minimum beperkt gebleven.
Turkije is een moslimland, dus geen varkensvlees. Koteletjes en worsten hebben we veertien dagen niet kunnen eten maar niet echt gemist.
Turkse vestigingen van McDonalds werden wel opgezocht, of was dat alleen voor de foto, Marc?

Geld
Voor 140 Belgische franken krijg je 1.000.000 Turkse Lira. Je begrijpt dat de nullen ons voor de ogen schemerden. Jean-Marie, die voor ons bankier speelde, hoorde je dan ook regelmatig roepen : ‘Jos, geef nog eens honderdvijftig miljoen.’
Een fles water in een restaurant kost + 200.000 Lira. Opdracht: hoeveel Belgische franken is dit?

Gidsen
Jean-Marie : reisleider, gids en tolk maar vooral Turkije-kenner. Zonder zijn ervaring met en kennis van Turkije was deze reis zeker een stuk minder interessant geworden.
Jos: fourier van de groep. Hij zorgde er voor dat onze picknickmand steeds goed gevuld bleef.
Ugur (spreek uit: Oe-oer): de Turkse gids die ons vanaf Bursa vergezelde.

Groep
Onze groep telde 27 personen aangevuld met Jean-Marie, Jos, Carine, Murat (buschauffeur) en Ugur (Turkse gids). De jongsten zijn 12, de oudste is 76 ! Het grote leeftijdsverschil is geen belemmering voor een uitstekende verstandhouding. Iedereen was steeds stipt op tijd bij de bus of op andere afspraken.

Hotels
Onze rondreis heeft ons de kans gegeven kennis te maken met meerdere categorieën van hotels. Hier en daar ontbrak er wel eens iets: een douchegordijn een lamp,? Opmerkingen hierover worden weggelachen. Staat er een bed? Dan is de kamer in orde! Vreemd is wel dat het beste hotel waar we verbleven, een hotel was waar net renovatiewerken aan de gang waren (Afyon).

Moskee
Doos ons meestbezocht bezienswaardigheid. Moskeebezoek kan niet zonder aangepaste kledij, alhoewel niet vaststaat wat hieronder moet verstaan worden. Blote armen voor de vrouwen en shorts voor mannen worden de ene keer getolereerd, de andere keer niet. Dit geeft aanleiding tot heel wat verkleedpartijen : wikkelrokken, hoofddoeken, lange broeken worden aan- of uitgetrokken. Een vestimentair hoogtepunt wordt bereikt bij een moskeebezoek in Istanbul : de benen van een drietal mannelijke leden van onze groep worden zó lelijk gevonden, dat ze door de moskeeverantwoordelijke verplicht worden ze onder te stoppen met een soort lange rok !
Naast elke moskee staat een slanke toren, minaret genaamd. Bovenop de minaret zijn luidsprekers gemonteerd waardoor vijfmaal per dag de luidruchtige aanroeping van Allah door de Iman weerklinkt. Eerste maal ’s morgens, half vijf !

Murat
Naam van de chauffeur die de bus, waarover wij de ganse reis beschikken, bestuurt. Een sympathieke Turk die zijn bus tot op de millimeter nauwkeurig door de scherpste haarspeldbochten in de bergen of de nauwste straatjes van Istanbul stuurt. Murat is enkele dagen voor de aanvang van onze rondreis vader geworden van een dochtertje Melissa, wiens foto zijn bus opsiert. Vóór hij buschauffeur werd, was Murat een worstelaar, wat Jean-Marie overigens aan den lijve kon ondervinden bij een worstelpartijtje in zee.

Turken
Zonder twijfel te omschrijven als vriendelijk, gastvrij, behulpzaam. In de dorpen die we bezochten uitte dit zich door het spontaan aanbieden van een glaasje thee. Als je in Istanbul op een plattegrond van de stad aan het kijken was, werd je binnen de minuut door een behulpzame Turk aangesproken die je wel even de weg wilde wijzen. Volgende conversatie ontspon zich dan. Turk: ‘where are you from,’ Wij: ‘Belgium.’ Turk: ‘Belgium? Do you know my cousin in Brussels!’

Turks
Moeilijke taal vanwege weinig aanknopingspunten met andere ons bekende talen. Bijkomend probleem: Turken blijken ook geen talenknobbel te hebben. Jean-Marie, Jos en Carine doen voor het vertaalwerk. ‘Bier’ in het Turks is ‘bira’, zodat we tenminste niet van dorst hoeven om te komen.

Weer
Lekker warm, zo’n 35°. De zon doet ons eens zoveel deugd als we vernemen dat het in België regent en niet warmer is dan een graad of 18.